06-07-12

marc sleen wordt in gent gehuligd omdat hij negentig wordt.

 

 

Marc Sleen werd geboren als Marcel Neels in Gentbrugge, maar verhuisde drie maanden later naar Sint-Niklaas. Zijn ouders Alois, Edmond Neels (1885-1939) en Maria, Augusta, Ghislena Baeckelandt (1882-1965) waren filiaalhouders in een soort café met vergaderzaal en centrum van de SMOB (Samenwerkende Maatschappij Openbaar Bestuur). Zijn vader herstelde als hobby horloges. Marc Sleen groeide op in een welgesteld gezin en had drie oudere broers Nestor, Adolf en Roger. Zijn vader was een humoristisch man die vaak bizarre verhaaltjes voor het slapengaan voor hem verzon. Marc Sleen zou later aanduiden dat hij veel van hem had geleerd. Zijn moeder was katholiek. Toen Marc Neels vijf was werd hij in naar een pensionaat van zusters gestuurd. Hij was er zo ongelukkig dat hij er op zijn zeven van ellende geelzucht kreeg, waarop zijn ouders hem er weer weghaalden. Als jongen las hij ook veel: Jules Verne, Karl May, Sherlock Holmes, Dik Trom, Pietje Bell, etc. maar ook strips als The Katzenjammer Kids, Zig et Puce, Popeye en Mickey Mouse.

 

Marc Sleen hield ook van jongs af al van dieren. Hij had veel huisdieren, tekende graag beesten na, verzamelde er prentjes van en kon urenlang in de zoo naar ze staan kijken. Net als Hergé en Willy Vandersteen kwam ook Marc Sleen bij de scouts terecht, waar hij verantwoordelijkheid en allerlei andere zaken, die hem later tijdens zijn safari's van pas zouden komen, leerde. Marc Sleen was al van jongs af aan een tekenaar en krabbelde alles vol; tot zelfs de muren en zijn vaders bolhoed toe. Toen Marc Neels veertien was, volgde hij zondagse tekenlessen aan de Academie van Sint-Niklaas. Kunstenaars die hij daar levenslang leerde bewonderen waren Pieter Breughel de Oude, Hieronymus Bosch, Sandro Botticelli, Giotto, Gustave De Smet, Rik Wouters, James Ensor, Henri Evenepoel, Karel van de Woestijne, Henri Matisse, Henri de Toulouse-Lautrec, Paul Cézanne en Jules De Bruycker. In 1938 verhuisde het gezin weer terug naar Gentbrugge. Marc Sleens vader overleed een jaar later en hierdoor werd het moeilijk voor het gezin om het hoofd boven water te houden. Zijn moeder moest zondags werken en Marc Neels' tekenstudie werd steeds moeilijker om financieel te onderhouden. De pas uitgebroken Tweede Wereldoorlog maakte de zaken er ook niet makkelijker op.

 

 

Het Volk gaf vanaf 1950 een kinderbijlage uit: 't Kapoentje, waarvoor Marc Sleen de titel had bedacht en de hoofdredactie op zich nam. Hier ontstonden De Lustige Kapoentjes, een reeks die ook zeer populair werd. Voor De Middenstand tekende hij Doris Dobbel en in 1952 voor Ons Zondagsblad Octaaf Keunink.

Naast de Nero-verhalen tekende hij nog een heleboel andere reeksen, onder meer:

Piet Fluwijn 24-12-1944 tot 07-01-1945
De avonturen van Neus 24-12-1944 tot 22-04-1945
Tom en Tony 10-06-1945 tot 24-10-1946
Piet Fluwijn en Bolleke 27-12-1945 tot 14-04-1965
Pollopof 13-01-1946 tot 12-10-1952
Stropke en Flopke 24-10-1946 tot 08-06-1950
Ronde van Frankrijk 25-6-1947 (eerste strook) tot 15-7-1964 (laatste strook). Deze reeks verscheen jaarlijks tijdens de zomermaanden, wanneer de Ronde van Frankrijk werd gereden.
De Lustige Kapoentjes 09-02-1950 tot 14-04-1965
Doris Dobbel 08-04-1950 tot 04-02-1967
Joke Poke 06-05-1950 tot 21-06-1951
Stropke 22-07-1950 tot 27-12-1952
Fonske april 1951 tot oktober 1960
Octaaf Keunink 16-11-1952 tot 04-04-1965

Marc Sleen Archief en Marc Sleen Museum

Begin maart 2008 raakte bekend dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest het volledige archief van de stripauteur aankoopt voor € 725 000, inclusief het pand aan de Zandstraat. In dit pand aan de Brusselse Zandstraat, vlak tegenover het Belgisch Centrum voor het Beeldverhaal, ontstonden in 1947 de eerste tekeningen van het dagbladverschijnsel Nero. Het omvangrijke archief bevat enkele tienduizenden stukken waaronder de 217 Nero-albums, die tegen begin 2009 worden ontsloten. Voor het beheer van het Sleenpatrimonium met inbegrip van de auteursrechten, zag een Stichting het levenslicht. Daarin zetelt het Brussels Gewest met drie bestuurders en heeft Standaard Uitgeverij, de krant De Standaard, het Belgisch Centrum voor het Beeldverhaal en uiteraard Marc Sleen telkens een vertegenwoordiger. Ter compensatie ontvangt Marc Sleen een jaarlijkse rente.

Op vrijdag 19 juni 2009 opende in het betreffende pand een museum exclusief gewijd aan het werk van Marc Sleen. Er gaat naast een permanente tentoonstelling ook regelmatig een tijdelijke tentoonstelling door waardoor men een overzicht biedt van alle facetten van Sleens werk. De Stichting Marc Sleen verzorgt het dagelijks beheer.[1]

 

bron wikipedia

 

 

 

 

 

20:49 Gepost door joz. le bruyn in actualiteit kunst, Boeken, gedachten, gevoelens, kunst | Permalink | Commentaren (1) | Email dit | Tags: marc sleen, hulde gent, 90jaar | |  Facebook | |

Commentaren

Felicitaties aan Marc Sleen! Een steunpilaar van de Vlaamse strip!

Gepost door: De Stripliefhebber | 06-07-12

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.